Over bomen en struiken

Bomen en struiken zijn essentieel voor meer biodiversiteit in je tuin . Ze verschaffen voeding en leefruimte voor de planteneters aan de basis van de voedselketen. Daarop steunt al de rest, inclusief de grotere dieren. Het maakt zelfs niet of dat inheemse bomen en struiken zijn! Het verschil tussen afwezigheid van bomen en struiken en hun aanwezigheid is veel groter. Waarom? Tuinen zonder bomen en struiken zijn nagenoeg tweedimensionaal. Bomen maken je tuin kubusvormig en dus veel groter, ze voegen letterlijk een extra dimensie toe aan je tuin en vergroten het volume leefruimte dat beschikbaar is voor het leven in je tuin. Veel dieren hebben zich bovendien gespecialiseerd in het leven op struikgewas en bomen. Zonder bomen mis je die derde dimensie, maar er is meer, want wat je creëert onder de boom is een heel andere omgeving waar erg veel dieren die houden van een vochtige omgeving graag vertoeven. Bomen betekenen meer plantenetende insecten en dat heeft een invloed op alle dieren hogerop in de voedselketen.

Hieronder staan wat toepassingen besproken van bomen en struiken in mijn tuin;

Hoogstamboomgaard
Als ge zo’n lapke grond hebt dan kunde u al eens ne keer goe uitleven. Dus ik dacht laten we maar eens een boomgaard aanleggen. Want dat is toch kweenie hoe schoon. In het voorjaar kunt ge genieten van geweldige bloesems om dan enkele maanden later te kunnen smullen van heerlijk fruit. Maar dat is nog niet alles, nee zonen boomgaard is ook ecologisch wree interessant. Dat trekt dus talrijke diersoorten aan waaronder de insecten natuurlijk die afkomen op de bloesems. Insecten zijn op hun beurt voedsel voor allerlei vogels die vaak ook een goede nestgelegenheid vinden. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de knaagdieren die komen smullen of een egel. Als je plaats hebt gewoon doen zou ik zeggen.

Hieronder vind je de lijst van de fruitbomen in onze boomgaard. Bij het opstellen van het plan door de nationale boomgaardenstichting werd vooral rekening gehouden met de (noodzakelijke) kruisbestuiving en een goede spreiding in het pluk- en verbruiksseizoen. Ook is er gekozen voor soorten en variëteiten die traditioneel in de boomgaarden in de provincie Antwerpen voorkwamen.
afstand van de grenslijn: 5m, plantafstand tussen de bomen : 10 x 10m
Rij 1
1,1 pruim Sanktus Hubertus
1,2 appel Oogstappel
1,3 appel Gravensteiner
1,4 appel Eysdener Klumpke
1,5 kers Hedelfinger Riesenkirsche
1,6 peer Clapp’s Favourite

Rij 2
2,1 pruim Reine Claude d’Oullins
2,2 appel Berglander
2,3 appel Reine des Reinettes
2,4 appel Boskoop
2,5 kers Schneiders Späte Knorpelkirsche / in 2016 vervangen door een kers Hedelfinger
2,6 peer Dubbel Flip

Rij3
3,2 nectarine Madame Blanchet / in 2016 vervangen door een appel Radoux
3,3 abrikoos Tros Oranje / in 2016 vervangen door een Reinette de Blenheim
3,4 appel Dubbele Bellefleur
3,5 kers zwarte krakers
3,6 peer Wijnpeer

Rij 4
4,2 perzik Charles Ingouf
4,3 amandel Robijn
4,4 appel Reinette de France
4,5 kers capucienen
4,6 peer Saint-Remy

Het aanplanten van (fruit)bomen gebeurt altijd in de herfst-winterperiode, als de planten in rust zijn. Voorzie een ruim plantgat en een paal voor de nodige steun. Daarna moet je nog snoeien. Tip neem hiervoor een goed boek ter hand of volg een cursus. De eerste keer is ’t altijd wat stress maar gelooft me dat betert! Er zijn heel wat zaken waarop je moet letten; het uitkiezen van 3 gesteltakken, bij peren 4. Het geheel inkorten tot minstens 2/3 of zelfs de helft. Daarenboven nog erop letten dat de gesteltakken op verschillende hoogte staan, gelijkmatig verdeeld staan, de juiste hoek hebben en dit alles dan nog afknippen op ongeveer gelijke hoogte. Ge ziet daar komt toch heel wat bij kijken. Bij sommige bomen is het meteen overduidelijk wat er moet worden weggesnoeid. Maar bij anderen kan het echt een dilemma zijn welke takken je wegknipt en welke je laat staan. Het helpt als je eerst al het overbodige wegsnoeid en zo telkens verder elimineert.

Heg/houtkant
Een heg is een aanplanting van uitgegroeide struiken die niet of nauwelijks worden gesnoeid en die traditioneel worden gebruikt als perceelsafscheiding langs weilanden en akkers. Ze zijn rijk aan bloesems, zaden en vruchten en bieden schuilplaatsen, nestgelegenheid en voedsel aan vogels en insecten. Heggen vormen ook dikwijls de laatst verbindende schakel tussen de verschillende woongebieden van dieren die geïsoleerd zijn komen te liggen en worden daardoor dankbaar gebruikt door padden, egels en andere kleine zoogdieren. Zij bieden ook onderdak aan veel wilde planten die wel houden van zo’n ruig hoekje. Vooral een heg bestaande uit verschillende soorten struiken is een van de belangrijkste levensgemeenschappen in de tuin. Ze levert niet alleen de grootste variatie aan voedsel op maar ziet er daarenboven nog het meest natuurlijk uit. Een heg vormt ook een goed zicht- en windscherm. Je kan de hoogte en de breedte van je heg zelf bepalen door de soortenkeuze. Zelf heb ik gekozen voor planten voor een hoge heg; tussen de 3 en de 8 meter. De onderlinge plantafstand in de rij bedraagt dan 2 meter en ik heb ze ook 2 meter van de perceelsgrens geplant, kwestie van de omliggende boeren te vriend te houden.
Het eerste jaar snoei je de heg ook best sterk in. Hij wordt dan dikker aan de basis en zal twee keer zo sterk uitgroeien en scheuten vormen onder uit de stam. Ook wordt er dan meer energie besteed aan de vorming van wortels. In totaal staat er hier meer dan 60 meter heg, rondom de schapenwei. De heg bestaat uit;

krentenstruik/Amelanchier lamarckii
De eetbare vruchtjes zijn rijp in augustus. gewone hazelaar/ Corylus avellanaDe mannelijke, sierlijke katjes verschijnen van augustus tot april. De vrouwelijke bloempjes zijn erg bescheiden klein en rood en bloeien van februari tot maart. Vogels en kleine zoogdieren zijn verzot op de heerlijke nootjes. Er komen zo’n 70 soorten insekten op af.

eenstijlige meidoorn/ Crataegus monogyna
Meidoorn is een goede basis voor elke heg; hij groeit goed dicht en zit vol dorens. In mei wordt de ganse struik bedekt met een overvloed aan witte bloemen. De bloemen verspreiden een sterke zoete geur en worden vooral bezocht door insecten met een korte tong; vliegen en bijen. De dieprode bessen zijn erg hard en rauw niet eetbaar maar er kan confituur van gemaakt worden. De vogels eten ze pas laat in de winter.

sporkehout/ Frangula alnus
De blaadjes verkleuren opvallend geel in de herfst. Zowel de knoppen als de bloemen zijn klein . Het is echter een belangrijke nectarplant voor bijen aangezien de plant erg lang bloeit nl van mei tot de herfst. De vruchtjes zijn eerst geel, vervolgens rood en bij rijpheid zwart en een lekkernij voor vogels.

sleedoorn/ Prunus spinosa
Bloeit voor het uitlopen van de bladeren heel vroeg in maart/april met uitbundig witte bloemen. Laat in de zomer verschijnen de blauwpaarse pruimpjes die er heerlijk uitzien maar zeer wrang smaken totdat ze een keer bevroren zijn. Je kan er jam van maken of ze inmaken in jenever.

gelderse roos/ Viburnum opalus
Bloeit in mei juni met witte bloemschermen die zweefvliegen aantrekken. Geeft later glanzende rode besjes in een trosje.

gewone vlier/ Sambucus nigra
Vlier is een zeer decoratieve struik. Ze bloeit na meidoorn en leisterbes en zorgt daardoor in menging voor een lange bloei. Bloeit in juni-juli met grote witte schermen. Je kan er thee van zetten. In de herfst hangen er zware trossen zwarte bessen naar beneden, die graag door vogels gegeten worden. Je kan er jam of sap van maken.

wilde lijsterbes/ Sorbus aucuparia
De witgele bloemschermen bloeien in mei en geven diep oranjerode bessen in de zomer. Er komen zo’n 30 soorten insekten op af.

wilde kardinaalsmuts/ Euonymus europaeus
De kardinaalsmuts voelt zich goed thuis in in heggen en bosranden, hagen en struwelen in licht- en halfschaduw. In mei-juni verschijnen er geelachtig-groene bloemen in de bladoksels, in het begin van de zomer volgt er vaak nog een tweede bloeiperiode. De struiken zelf kunnen éénslachtig of tweeslachtig zijn. Ze zijn vooral gekend voor hun vierhokkige rode doosvrucht, de zogenaamde kardinaalsmuts.

Hagen zorgen immers voor duidelijke lijnen en vormen, een indeling, ze brengen structuur in de tuin. Het zijn zicht- en windschermen waarmee je beschutte en warme(re) plekjes creëert voor mens en dier bijvoorbeeld vlinders. Vogels zoeken graag een haag op als nest- en schuilplaats.

Hagen
Hagen zijn samen met heggen, houtkanten, knotbomen en boomgaarden allemaal natuurlijke elementen die ons landschap vorm geven. Deze resterende landschapselementen vormen belangrijke schakels in onze versnipperde natuur. Ze functioneren niet alleen als schuilplaats en voedselbron voor vele dier- en plantensoorten. De dieren en planten(zaden) verplaatsen zich ook via lineaire begroeiingen en stapstenen naar andere leefgebieden.
Je kiest best een gemengde haag bestaande uit bvb beuk en haagbeuk of als het kan met nog meidoorn ertussen. In gemengde hagen kunnen ziekten en plagen zich moeilijker uitbreiden en men heeft een mooi blad-effect in zowel het voorjaar als het najaar. De meidoorn zorgt met zijn stekels dan weer voor veilige plekken voor vogels om hun nest te maken.
Bovendien hebben gemengde hagen een veel grotere natuurwaarde dan in vergelijking met bijvoorbeeld een monotone beukenhaag.
Verkies je een wintergroene haag dan zijn er nog andere mogelijkheden. Zelf hebben ik ook nog enkele borders afgezoomd met een buxus haagje. En voor het huis staat er een ligustrum haag en er is ook nog een stevige taxushaag!

Knotwilgen
Als er nu één boom is die je gratis en voor niks in je tuin zet dan is het wel een wilgenboom. In de winterperiode/rustperiode steek je de afgezaagde wilgentakken gewoon in de grond en met een beetje geluk slaagt hij aan en vormt zo een kloon van de moederplant.
De knotwilg is een meer dan boeiende boom die het gevolg is van menselijke activiteit doordat hij op geregelde tijden tot een knotboom wordt gesnoeid. Ze herbergen heel wat dierlijk en plantaardig leven; op de schors vind je (korst)mossen en honderden insecten komen af op het stuifmeel dat al erg vroeg op het jaar verschijnt. In februari/maart zie je dan ook de eerste hommelkoninginnen en bijen op de wilgenkatjes.

Het begin van een inventaris
Cydonia oblonga/kweepeer
hamamelis x intermedia Jelena
Jasminum nudiflorum/winterjasmijn
Lonicera fragranti/winterkamperfoelie
Prunus subhirtella ‘Autumnalis Rosea’
Philadelphus/boerenjasmijn
Viburnum bodnantense ‘Dawn’
Magnolia “Susan”

5 reacties op “Over bomen en struiken

  1. Ons lapke grond waar de boomgaard op staat is zo’n 40 op 60 meter. Dit is dan goed voor 24 bomen. Bij mij staan er maar 22 omdat er van dat perceeltje en hoek af is 😉 Een boomgaard is een investering op lange termijn. Zeker met hoogstammen duurt het een tiental jaar voor het er op begint te lijken. Dus hoe sneller hoe beter 😉 Laat je goed informeren en niet bij het eerste het beste tuincentra. Streekeigen rassen zijn uiteraard aan te raden. Ikzelf ben heel tevreden van de boomgaardenstichting. Als je lid bent maken ze gratis een plan voor je, als je de bomen ook bij hen koopt. Veel succes ermee.

  2. Hoi, ik las je berichtje met veel interesse. Hoe groot is het perceel waar je je boomgaard gepland hebt? Lijkt me toch al een zeer grote lap grond niet?
    Ikzelf ben ook aan het denken om dit te doen. Dus alle tips zijn welkom.
    Enne bedankt voor de tip om vooral niet zelf zomaar wat te gaan snoeien; ik ga in de leer 🙂

  3. Beste Roger, ik vrees dat ik je niet kan helpen. Misschien moet je eens bij een specialist te rade gaan, ik dus duidelijk niet 😉

  4. Ik ben op zoek naar een bessenstruik in ons dialect “kernillekes”
    genoemd. Dit zijn langwerpige besjes met een steentje en als men er veel van eet heb je een een speciale smaak op je tong.
    Vroeger stonden er verschillende in onze streek rond Heist-op-den-Berg
    Vorig jaar bestelde ik een plant genaamd Cornus Mas Jolica maar dit zou de plant niet zijn waar ik op zoek naar ben.
    Kan u er achter komen welke de juiste benaming is en waar ik deze eventueel kan kopen?

  5. Pingback: De sleedoorn zoemt | natuurlijk-rijk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *